‘Muziek is een groot kado van God om te helpen één te zijn.’

De Levensbron in Ridderkerk loop helemaal vol. Kinderen, ouders en jongeren, ze zijn allemaal gekomen voor de wereldreis van Trinity en Elly & Rikkert.

Niet veel later begint de muzikale tocht waarin zij het publiek aan het zingen en dansen weten te krijgen op verschillende muziekstijlen. Voor het optreden sprak ik met hen over muziek en wat dat voor hen betekent.

Jullie maken muziek, waarom?

Elbert (zanger, fluitist, saxofonist): ‘Omdat we dat leuk vinden.’

Wanneer is het muziek maken voor jullie begonnen?

Voor Bert (bassist) is het thuis met de paplepel ingegoten. Iedereen maakte er al muziek. Hij begon met blokfluitles, vervolgens akoestisch gitaar en ‘daarna pas een cool instrument’: basgitaar. Elbert: “in Peru kregen we muziekles van folklorische muzikanten, studenten uit Lima, die van mijn vader een beurs hadden gekregen om ons Peruaanse Incamuziek te leren spelen. We waren nog heel jong, 10, 8 en 6 jaar. We traden op als Los Hermanitos, dat betekent ‘de broertjes’.”

Terug in Nederland kwamen Bert en Niek elkaar tegen op de middelbare school en begonnen ze met zijn vieren te spelen. Elbert: “De folklorische Ierse muziek vonden we helemaal te gek en die past op een of andere manier heel tof bij onze folklorische roots uit Peru. Toen is Trinity ontstaan.”

Wat betekent muziek voor jullie persoonlijk?

Elbert: “Het is zo’n gave, een verbindende factor en het spreekt direct tot je hart. Het slaat je hoofd ‘de ratio’ over. Wij westerlingen zitten vaak in ons hoofd en muziek heeft de kracht om dieper te gaan. Een vervoersmiddel voor verbroedering, liefde, acceptatie van jezelf en de ander.” Bert: “muziek maken op het podium is niet alleen iets van jezelf geven. Het publiek geeft ook energie terug. Ik denk dat het een mix van waardering en liefde is, die je terugkrijgt.” Elbert knikt. “Het is iets goddelijks, iets geheimzinnigs dat als je met zijn allen afstemt in één lied dat je je dan één voelt met elkaar. Daarom zingen we ook samen in de kerk denk ik.”

Wat heb je in de muzikale ontdekkingsreis tijdens deze tour ontdekt waar je veel aan hebt en wat je kan teruggeven aan je publiek?

Elbert: “Laatst ik het boek las van een Franciscaanse monnik die schreef dat Jezus het Levende Woord van God is. Wij mensen maken Hem vaak klein en historisch: die Jezus die hier ooit op aarde rondliep en die jouw vriend kan zijn. Maar Hij is het Woord van God. In Genesis 1 sprak God en het was er. Dus in feite is elke atoom, elke cel het gesproken Woord van God en dus de kosmische Christus. Ik kan daarom ook in jou iets ontdekken van Hem en in de lijdende mensen om mij heen. Maar ook in de natuur bijvoorbeeld. In het Calvinisme zijn we zwart wit gaan denken en ik denk dat we op die manier wel het kind met het badwater hebben weggegooid.”

Ook voor Bert is dit mysterie een belangrijke ontdekking geweest. “Ik hoef niet alles te begrijpen over God om Hem te kunnen aanbidden, van Hem te houden en bovenal te beseffen dat Hij van mij houdt. Ik mag ook genieten van het geloof van anderen, en daarop varen. Ik mag wat van jouw geloof zien en dan mag jij mij inspireren en hoef ik niet altijd alle antwoorden te hebben.”

Wat zouden jullie jongeren willen meegeven als het gaat om muziek?

Elbert: “Kijk eens over de schutting bij andere kerken en landen. Het is zo inspirerend hoe jongeren in een hele andere setting of een ander land vorm geven aan hun geloof. Dat hebben wij altijd leerzaam gevonden. Maak eens een zendingsreis naar het buitenland om andere jongeren te ontmoeten. Volgens mij kun je niets beters doen dan dat, om zo ook te zien hoe groot de ellende in deze wereld is. En hoe Christenen desondanks geloven. Als je dat kan delen met elkaar is dat zo waardevol.”

 

Hebben jullie een nummer dat jeugdleiders kan inspireren?

Zowel Bert als Elbert hebben meteen hetzelfde lied in gedachten: To my Children van het album Que Mas. “Gewoon even luisteren” lacht Elbert.

Zitten jongeren in jullie DNA?

Bert: “Ons publiek is heel breed. Natuurlijk is de EO Jongerendag te gek om op te spelen, maar het is ook wel voor gekomen dat het publiek voor 95% bestond uit ouderen. Ook zij waren altijd enthousiast hoor.”

Elbert: “Wij zijn zelf als jongeren bij de kerk gebleven omdat we muziek konden spelen. We mochten een geluidsinstallatie kopen voor de kerk. Achteraf is dat goed geweest, want zo hadden we een taak.”

“We werden uitgedaagd om over het geloof na te denken.” haakt Bert aan. “Zet juist die zoekende jongeren op het podium en vraag hen waar ze in geloven. Dan ontdekken ze tenminste wat ze geloven.”