Alles wat je doet is geloofsopvoeding

Geloofsopvoeding is niet altijd makkelijk. Als ouder kun je vragen hebben en struikelen. Hoe ga je hier mee om? En welke rol kan ‘leren van elkaar’ en de kerk hierin hebben? Jeugdwerkadviseur Gerrianne vraagt het aan haar collega Kasper van Helden.

Je bent zelf vader, welke plek neemt geloofsopvoeding in jullie gezin in? 
“Het eerste wat bij mij naar boven komt is dat je niet ‘niet kan geloofsopvoeden’, net als dat je niet ‘niet kan opvoeden’. Alles wat je doet, is geloofsopvoeding. Bij Bijbellezen, zingen en bidden, samen naar de kerk gaan en praten over het geloof komt het heel expliciet aan de orde.  Maar ook als ik met Lego aan het spelen ben of touwtje spring, is dat geloofsopvoeding. In alles wat je doet, ben je een voorbeeld van mens, vader en gelovige. Een stukje voorbeeld van hoe God zou zijn als vader. Dus de plek die geloofsopvoeding inneemt is alles.”
 
Wat is je drive om met geloofsopvoeding bezig te zijn? 
“Mijn drive is dat iedereen God leert kennen, Jezus leert kennen, Hem leert vertrouwen en met Hem gaat leven. Jongeren en kinderen hebben daarin een speciaal plekje in mijn hart en ouders hebben de meeste invloed op hun kinderen. Ook op geloofsontwikkeling. Uit veel onderzoeken blijkt: ouders komen altijd bovenaan als het gaat om wie de belangrijkste figuren geweest zijn in de geloofsontwikkeling. Dus hen helpen en stimuleren vind ik een heel mooi middel om indirect kinderen en jongeren te bereiken.“
 
Wat wil je daarin bespreekbaar maken?
“Laten we geloofsopvoeding vooral niet alleen doen. Ouders worstelen vaak met dezelfde vragen, zoals doe ik het wel goed genoeg en hoe ga ik om met die smartphone? Laten we elkaar daarin helpen en van elkaar leren. Je ervaringen en vragen delen als opvoeder vraagt dat je je kwetsbaar durft op te stellen. Maar als je dat doet kan het je zoveel steun geven. Ik ben altijd blij als ik dat tijdens trainingen zie gebeuren.”
 
Is er een moment hierin wat je bij is gebleven? 
“Het eerste waar ik aan moet denken is wat een moeder deelde tijdens een training bij de werkvorm ‘het gouden moment’. Tijdens deze werkvorm delen ouders met elkaar wat voor hen een mooi moment in de opvoeding is geweest en denken we na over welke omstandigheden ervoor zorgden dat dit zo’n mooi moment geworden is. Tijdens deze oefening deelde een moeder van een groot gezin, dat ze een keer op de bank was gaan zitten, niks doen. Niet heel bewust, maar dat gebeurde gewoon. Geen telefoon, geen boek of krant, geen was om op te vouwen. En ze merkte toen dat het ene na het andere kind op de bank kwam zitten en er mooie gesprekken ontstonden. Ze realiseerde zich dat even niks doen blijkbaar voor de kinderen een moment was om hun verhaal te delen. Dus haar voornemen aan het einde van de avond was: ik ga vaker niks doen. Dat vond ik zo mooi, zo eenvoudig, zo simpel. Geen pedagogische truc of spannende gesprekstechnieken, maar gewoon er zijn.”
Welke waarde heeft de kerk in de geloofsopvoeding?
“Ik denk dat het belangrijkste is dat de kerk het geloof van jou als ouder voedt. Je wordt gestimuleerd, uitgedaagd en er zijn andere gelovigen die jou aanmoedigen. Dat is de basis. Een ander aspect is dat je in de kerk medereizigers en opvoeders treft. Dat biedt gelegenheid voor onderlinge steun, samenleven en meeleven. Je gaat met elkaar opvoeden.
Mijn ideaalplaatje daarin is dat ouders en jeugdleiders een team vormen. Dus als ouder: heb contact met de leiders, vraag hoe het gaat met hen en of je nog ergens mee kan helpen. Maar ook als jeugdleiders: informeer de ouders in wat je doet op de club.”
Wat wil je ouders en gezinnen meegeven?
“Neem God én jezelf serieus. Als ouder ben je de belangrijkste persoon in een bepaald deel van het leven van je kind. Dat doe je er niet even bij, dat is 24/7. Neem dat serieus en investeer in jezelf om een betere ouder te worden. En neem God serieus. Hij is een gevende God en niet een eisende God. Ook als ouders schiet je tekort, maar God houdt van ons en wil ons gebruiken door de fouten heen. Dat geeft ontspanning!”