Column – Op het randje

‘Dus u gaat naar de kerk?!’ de leerling kijkt me meewarig aan. ‘Serieus?! Hoe kan dat nou, u denkt na en bent aardig.’ Kan zomaar een reactie zijn van een leerling van mij. Op het randje, vindt u?

Ik werk op een Openbare school en hoef niet op sympathie te rekenen. Ergens in de loop van het najaar heb ik altijd mijn geloofs-coming-out. Meestal komt naar aanleiding van een vraag of een gebeurtenis dan ter sprake dat ik in God geloof en naar de kerk ga. Voor sommigen nauwelijks te bevatten.

Hun beeld van de kerk? Hypocriet, veroordelend, homo-hatend, wereldvreemd. Soms uit eigen ervaring met kerkelijke dorpsgenoten die opmerkingen maken over het ophangen van de was op zondag (jawel dit gebeurt nog in de eenentwintigste eeuw!), maar de meesten varen op de luie beeldvorming van de maatschappij en hun ouders. De kerk is passé, hoef je niet over na te denken.

Al pratend over hun weerzin tegen kerken (met name als onderdrukkend instituut met onbegrijpelijke regels en rituelen) blijkt er vaak enorme spirituele openheid te zijn onder jongeren. Ik heb meegemaakt dat ik met leerlingen in pauzes door bleef praten over wat het betekent om in God te geloven. Sommigen gaven toe zelf ook te bidden. Maar dan hoor je toch bij de kerk?

De kerk is de bonte verzameling gelovige zoekers zijn die samen elkaar proberen te helpen God te vinden. Grappig hoe dat werkt. Zo’n eerlijk gesprek. Dat ik als gelovige over de rand van de kerk beweeg om gewone mensen te spreken en ontdek dat de kerk helemaal geen rand heeft.

Tim van Wijngaarden

Tim is docent en cabaratier (TimZingt!)