God heeft mij stoutmoediger gemaakt

Rachel Rosier: op televisie doet ze de gekste dingen, ze is spontaan, energiek en avontuurlijk. Hoe kwam ze erachter dat ze deze talenten had? En hoe vind ze het werken bij de tv? Jeugdwerkadviseur Elise belde met haar om het haar te vragen.

Wie? Rachel Rosier. Getrouwd met Jaap, 2 kinderen.

Wat? Presentator bij de EO. Vooral kinderprogramma’s zoals Checkpoint, Topdoks. Ze maakt nu een programma over eenzame jongeren.

Heb je altijd al bij de tv willen werken?
“Ja eigenlijk wel. Heel vroeger wilde ik dierenarts worden. Daarna heb ik nog bij de politie gewild. Maar toen ik 12 was wilde ik al na de havo de opleiding journalistiek doen. Mijn vader werkt ook bij de EO en mijn moeder werkte ook in de journalistiek. Ik wilde dat vooral doen omdat het avontuurlijk is. Vaders van vriendinnetjes hadden pakken aan naar het werk en dat vond ik zo suf. Mijn vader wist nooit wat hij zou doen op een dag. Dat sprak mij aan. Als kind was ik goed in taal, rekenen was een drama. Ik was altijd het beste in van de klas met spreekbeurten of verhalen vertellen. Dat ik dit doe klopt dus wel in de lijn van wat voor kind ik was. Toen ben ik journalistiek gaan studeren. Eerst wilde ik oorlogsverslaggever worden, ik denk dat het jonge overmoed van mij was. Op een conferentie zag ik beelden van een oorlogsverslaggever: dat wat er echt gebeurt, wat je niet ziet in de media. Dat kon ik niet aan en ik ben weg gelopen. Ik wilde wel de reizen, maar niet naar de oorlog. Toen ontmoette ik Jaap, gingen we trouwen en kregen we kinderen. Van reizen kwam daardoor niet meer zoveel.”

Wat vind je zo leuk aan het werk?
“Het onvoorspelbare vooral. De ene dag ben ik in België met een meisje die de vlinderziekte heeft en de dag daarna sta ik op een vliegveld auto’s op te blazen. Het is elke dag anders en kom ik andere mensen tegen. Dat maakt het ook wel vermoeiend. Het vraagt veel van je. Ik kan me niet verschuilen. Maar dat maakt het ook heel uitdagend en avontuurlijk. In het weekend wil ik dan ook gewoon thuis zijn en niets doen. Mijn werk is al intensief genoeg.”

Welke talenten heb je die je inzet voor je werk?
“Poeh! Ehm ik weet nog dat nadat ik vorig jaar bevallen was ik weer wilde gaan studeren. Ik had gezien wat de organisatie IJM deed en ik dacht: ik ga mensenrecht studeren. Ik wil wat nuttigs met mijn leven doen. Dan heb ik mensen nodig die zeggen: dat is eigenlijk niets voor jou. Ik maak nu een programma over misdaad en ethiek. Mijn fascinatie voor recht kan ik goed kwijt in dat programma. Ik ben niet analytisch en achter een computer zitten is niks voor mij. Ik ben creatief. Ik vind het heerlijk om op een podium te staan voor mensen en met humor een verhaal te vertellen. Ik ben echt jaloers op mensen die wel achter een computer kunnen zitten en analytisch zijn, maar dat zijn andere mensen. Ik heb geleerd mijn kracht te gebruiken om mensen iets te vertellen over het onrecht in de wereld. En een voorbeeld van de andere kant: op tv lijkt het heel wat, maar ik heb geen talent voor klussen hoor.’ Rachel lacht. “Het ziet er goed uit, maar de crew doet heel veel. Ik draai een schroef drie keer aan en dan roepen ze stop en nemen zij het over.”

 Hoe kwam je erachter waar je talenten lagen?
“Ik denk dat iedereen ergens wel weet waar hij of zij goed in is. Mijn ervaring is dat je altijd andere talenten wil dan dat je hebt. Ik wil liever een knappe dokter zijn. Dat herken ik heel erg bij mezelf. Ik denk wel eens: wat heeft de wereld eraan dat ik op een podium sta? Misschien moet ik iets anders doen. Maar als ik eerlijk ben: in mijn kindertijd was ik al goed in voorlezen. In groep 3 kon ik al prima lezen en voorlezen. Het helpt dat er mensen zijn die van je houden en je bevestigen en helpen met het ontdekken waar je goed in bent.

Wat wel zo is met talenten, het is heel leuk als je iets goed kan, maar je moet er ook iets mee doen en doorzettingsvermogen hebben. Je moet ook de wil hebben om te leren. Dat is ook wat ik mijn zoon probeer bij te brengen. Het is een hele slimme jongen maar hij denkt dat hij het na 1x moet kunnen. Je moet je hersenen verdienen. Blijven oefenen en ontwikkelen totdat je het goed kan.”

Wil jij iets uitdragen met ‘checkpoint’? Zo ja: wat?
“We zagen dat de leerprogramma’s op televisie vooral erg vrouwelijk waren. We wilden een programma voor jongens én meiden waar ze lekker van alles konden doen wat ze normaal niet mogen. We willen dat ze gaan ontdekken, nieuwsgierig zijn, en veel buiten actief zijn. We willen prikkelen. Daarnaast mag het ook ondeugend zijn met het idee van: vertel dit niet aan je moeder.

Hoe zet ‘checkpoint’ de talenten van kinderen/jongeren in? Zit daar een bewuste keuze achter?
“We hebben hele getalenteerde jongeren op de set. Meestal zijn het studenten. Ze moeten in eerste instantie vooral dingen durven en een beetje stoer doen voor de camera. Maar er lopen ook hele professionele mensen rond, zoals skateboarders en mensen voor de krachttesten. Daar komt veel talent bij kijken. Er loopt ook iemand rond die alles weet over haren. Als je een vraag hebt over je haar: zij heeft alle antwoorden. Erg handig!”

Niet iedereen vind het even gemakkelijk om over zichzelf te zeggen dat je ergens goed in bent. Waarom is dat denk je?
“Ik denk dat mensen snel vinden dat het arrogant is. We mogen het wel van anderen zeggen maar niet over jezelf. En mensen zijn misschien ook wel bang voor talent. Stemmen uit verleden die meespelen van ouders of docenten die je ontmoedigd hebben. Als je dat hoort in je hoofd dan is dat heel moeilijk om te negeren. We hebben het nodig dat anderen je talent bevestigen. Iedereen heeft talent en niemand heeft er wat aan als je dat begraaft en er niets mee doet. We vinden het allemaal belangrijk wat anderen van ons vinden. Onder christenen is het ook lastig. We moeten maar niet te hoogdravend zijn, niet een hoogmoedig hart hebben. Maar iedereen heeft van God talenten gekregen en die mogen we ontwikkelen en je ontneemt de wereld ook iets als je er niets mee doet. Als je stil staat is er niets waar God mee kan werken. Als je wel met je talenten aan de slag gaat dan geeft God je vertrouwen en en kan God erover heen ademen om je te helpen. Dat heeft mijn in ieder geval stoutmoediger gemaakt om maar gewoon te doen. Als God het wil dan zegent God het wel en anders niet. Dan is het ook goed.”

Heb je tips voor jongeren hoe ze erachter kunnen komen waar ze goed in zijn?
“Het klinkt misschien een beetje gek maar vraag het mensen in je omgeving. Mensen die je goed kennen en die het beste voor hebben met je. En dan vraag je ze: Waar denk je dat ik goed in ben en waar denk je nog waar ik in kan groeien? Dat kan heel erg helpen. Hoe je naar jezelf kijkt is vaak mistig door leugens. Je hebt anderen nodig die dat objectief kunnen doen.”

 Heb je tips voor jeugdleiders om de talenten van de jongeren in te zetten?
“Bij ons in de kerk hebben we laatst gekeken naar onze spiritual gifts. Wat heb je van de Heilige Geest gekregen om mee te doen in het Koninkrijk en welke zou je graag willen hebben?  Ik vond dat een helpend gesprek om dat te horen van elkaar en over na te denken.

Spreek het uit naar elkaar en benadruk dat het goed is om te weten waar je goed in bent. God heeft ook groot gedroomd en Zijn talent gebruikt. Hij heeft een wereld gemaakt met prachtige mensen, die van alles kunnen. Het is ook belangrijk om daar een doel aan te verbinden. Wat wil ik daar mee doen? Je kan het wel ergens in een achterafkamertje roepen dat je iets wil, maar het kan helpen om anderen erbij te betrekken zodat je eraan gehouden wordt!”

Elise van Gurp