Het gaat niet over schuld, maar over inzichten en keuzes

Inge Bosscha (43 jaar) is oprichter van het online platform dogmavrij.nl en coach voor kerkverlaters, waar ze regelmatig artikelen publiceert. Ze wil op deze manier de koppeling tussen identiteit en religie onder de aandacht brengen.

Hoe ben jij er toe gekomen om de kerk te verlaten?

“Mijn scheiding, tegen de wil van de kerkenraad in, was het begin van een lange zoektocht, die mij uiteindelijk de kerk deed verlaten. En een onderzoek naar mijn God: wie is God en wat gebeurt er als ik mijn Godsbeeld loslaat? Een zoektocht naar ‘wat is dan wel goed en waar’ en is het überhaupt mogelijk om dat te weten? Een zoektocht die ook schuldgevoelens en schaamte opriep: ‘is mijn ziek-zijn in deze periode van kerkverlating een gevolg van mijn keuze?’. Het was een zoektocht naar identiteit: ‘wie ben ik? En hoe verhoud ik mij tot anderen, tot het leven?’. Uiteindelijk leerde ik me op een nieuwe manier verhouden tot de Bron van het leven. Zo ervaar ik rust en vrede, hoewel de weg ernaar toe intens en heftig was.”

Wat is het verhaal achter DogmaVrij?

“Ik schreef geregeld stukjes, die ik deelde op mijn Facebookpagina. Stukjes uit mijn leven, van waar ik tegenaan liep of wat ik ontdekt had. In 2015 schreef ik een stukje over mijn ervaring als ex-christen in een christelijke omgeving. En daar kreeg ik enorm veel reacties op. Ik merkte dat er behoefte was aan ruimte om over dit onderwerp te praten en vanuit daar heb ik de website opgezet. Ik wil aandacht geven aan de koppeling tussen identiteit en religie, zowel positief als negatief. Religie kan mensen hoop geven, maar het kan mensen ook beschadigen. Ik had bijvoorbeeld de conclusie getrokken dat boosheid geïnspireerd werd door de boze – de duivel – en dat ik daarom niet boos mocht zijn. Hierdoor kon ik geen grenzen aangeven en ben ik in ernstige relationele problemen terechtgekomen. Omdat ik niet de enige ben met een schadelijke interpretatie van wat ik zag en hoorde, is het belangrijk dat er oog is voor wat mensen denken en hoe zij zich voelen. Niet vermanend, maar erkennend. Erkenning is helend. Dat motiveert mij ook om zoveel mogelijk erkenning te geven aan kerkverlaters en kerkblijvers.”

Wat kom je tegen in gesprek met kerkverlaters?

“Elke kerkverlater heeft een eigen verhaal, maar wat ik daarin vaak hoor doorklinken is het gevoel van niet helemaal jezelf mogen zijn. Er wordt vaak diepgang en echtheid gemist. In de kerk is soms voor elke vraag een vaststaand antwoord. Sommige jongeren hebben nog nooit een worstelende volwassene gesproken. Een jongere vertelde mij dat hij nooit volwassenen had zien huilen, dus de conclusie had getrokken dat het leven uiteindelijk plezierig en begrijpelijk zou zijn. Het was voor hem een schok dat hij als volwassene nog steeds vragen en moeiten ervaart.”

Met welke gevolgen moeten kerkverlaters dealen?

“De kerk verlaten kan een verwarrend en pijnlijk proces zijn, waarin gevoelens van rouw, onbegrip, eenzaamheid en schuld een rol kunnen spelen. Gevoelsmatig kan er een kloof ontstaan met de kerkblijvende familie. Van het verdriet dat alle betrokkenen hierom kunnen ervaren, krijgt de kerkverlater vaak (onbewust) de schuld. Dat is heel begrijpelijk, maar niet terecht. De kloof komt niet alleen doordat de kerkverlater dáár is gaan staan, maar ook doordat de kerkblijver híer staat. Dit gaat niet over ‘schuld’, maar over inzichten en keuzes. We kiezen allen naar eer en geweten wat ons de juiste weg lijkt. We verschillen alleen van inzicht over hoe deze weg eruit behoort te zien.”

Welke rol kan de kerk daarin spelen?

“Wanneer we kerkverlaters beschuldigen van gemakzucht, onverschilligheid of liefdeloosheid, veroorzaken we pijn en onrecht. Het kan helend zijn als er vanuit de kerk erkenning is voor de goede intenties en als er geen oordeel wordt uitgesproken over de gezindheid van het hart. Het zou helpend zijn als kerkverlaters vertrouwen wordt geschonken. Zoals in het verhaal van de verloren zoon, waar de vader als het ware zegt: “Ik zegen je, ga maar.”

Wat kan de kerk leren van kerkverlaters? En welke uitdaging ligt daarin?

“Dat er wellicht meer mensen zijn die dezelfde pijn hebben als degenen die de kerk verlaten hebben. Ga daarom ook het gesprek aan met achterblijvers en ontmoet elkaar. Jezus gaf dat voorbeeld. Vanuit de hoge (het hoofd, met daarin de regels over ‘hoe het hoort’) daalde Hij in kwetsbaarheid af naar de stal (de rest van het lichaam, met daarin ‘hoe het voelt’). En vanuit daar ontmoette Hij mensen en mogen wij elkaar ontmoeten. Ik zou het fantastisch vinden als de vraag wordt gesteld: ben je wel eens bang voor of boos op God?” En dat er dan geen poging tot correctie of vermaning volgt, maar enkel oprechte, belangstellende ruimte.

Wat is het advies wat je kerken/jongerenwerkers mee wilt geven?

“Probeer niet bang te zijn voor emoties, maar maak daar ruimte voor. Corrigeer of veroordeel niet, maar probeer te begrijpen en te erkennen. Niets is zo mooi als een zucht van verlichting van iemand die zich gehoord en gezien voelt. Je hoeft niets op te lossen, je mag nabij zijn en ruimte scheppen voor wat in iemand leeft. Omdat de gemeente een groep is met allemaal verschillende mensen, lijkt het me bovendien nuttig om niet alleen samen uit de Bijbel te leren, maar om ook samen te leren over bijvoorbeeld verbindende communicatie, psychologie en groepsdynamiek. Hele basale dingen die een groep zoveel gezonder kunnen maken en waardoor het gevoel van welbevinden bij groepsleden kan toenemen. Wanneer er ruimte is voor álle facetten van het leven en van iemands beleving, hoeft niemand te vertrekken om daardoor zichzelf weer te kunnen zijn.”

Gerrianne Smit

Gerrianne (1990) is jeugdwerkadviseur bij de CGJO