Het is het mooiste werk wat er is

Greetje van der Horst is jongerenwerker in de CGK/NGK de Lichtzijde, in Zoetermeer. Hoewel ze officieel 3 dagen per week werkt, is het een 24/7 job, waar ze van geniet. “Dit kwam op mijn pad, 3 jaar geleden, en dat zie het als een cadeautje van God.”

Hoe ben je het jongerenwerk ingerold?

“Onze kerk zocht een jongerenwerker vanuit de eigen gemeente. Ik werkte in het onderwijs en wilde daar al een hele tijd uit. Mijn hart ligt vooral bij het welzijn van jongeren en in het onderwijs worden ze steeds vaker in hokjes van presteren gestopt.”

Wat is één van je mooiste herinneringen?

“Mooie herinneringen hebben voor mij altijd met gesprekken te maken. Een jongere met wie het voor mijn gevoel allemaal maar ‘zo-zo’ is en met wie ik dan ineens een prachtig gesprek heb. Dan heb ik gelijk een goede week! Een andere mooie herinnering is de generatiegesprekken; groepjes van 3 gemeenteleden, waarvan iemand onder de 25, iemand tussen de 25 een 55 en iemand van 55 + gingen met elkaar in gesprek over de kern. Niet ‘wat wil je veranderen in de kerk?’, maar ‘geloof je in God?’. Misschien een vreemde vraag voor binnen de kerk, maar er kwamen hele mooie en eerlijke gesprekken over twijfel en het ervaren van God.

Wat motiveert jou in dit werk?

“Ik heb twee grote liefdes; liefde voor God en liefde voor jongeren en ik krijg de kans die twee te combineren. Ik denk dat je tot je kern komt, als je God in je leven toelaat. Dat is wie je bent. Dat is de grootste motivatie: jongeren laten zijn wie ze zijn. Ik hoop heel erg dat de kerk het aandurft een plek te zijn waar jongeren (en alle mensen) zich volledig veilig voelen: hier mag ik zijn zoals God mij heeft bedoeld.”

Merk je dat, dat lukt?

“Niet altijd, je hebt met zoveel te maken. Leg maar eens uit dat we in dezelfde kerk zitten als waar mensen de Nashville verklaring ondertekenen. Dat is krom en wat krom is voor een jongere, is krom. Ik probeer altijd in gesprek te blijven, contact te houden zodat ze zich gezien blijven voelen. Het liefst wil ik ze er allemaal bij houden, maar dat lukt niet altijd. Er zijn jongeren die het echt niet willen, dan blijf ik ook niet trekken en dan is het loslaten.”

Wat doet dat met jou?

“Dat vind ik heel erg. Het zijn zulke mooie mensen en ze zouden van zoveel waarde voor de gemeente zijn en andersom en dat weet je. Het voelt alsof je iemand een heel mooi cadeau wilt geven, maar die ander wil het niet ontvangen. Ik heb wel geleerd dat ik het mag teruggeven aan God. Ik blijf er voor bidden, en soms vertel ik hen dat ook. Wij zijn instrumenten, maar God moet het doen. Je weet soms niet wanneer de zaadjes tot bloei komen. Het is heel belangrijk om te laten merken dat de deur altijd open blijft en dat je hen dat ook vertelt. Die weg terug is er altijd.”

Vind je het lastig jongeren te bereiken?

“Nee, daar ben ik heel makkelijk in. En ik vind dat alleen maar leuk! Een groot deel van mijn werk is WhatsApp-en: ‘hoe is het met jou’ en terugvragen naar bijvoorbeeld een proefwerk. En ik ga ook regelmatig met een jongere even in de stad iets drinken of ze komen bij mij thuis, dat vinden ze dan gezelliger. Gezelligheid vinden ze het belangrijkste, volgens mij. En met de één praat je over het geloof en met de ander totaal niet, omdat er genoeg andere dingen aan hun hoofd zijn. Ik laat altijd wel weten dat ik voor ze bid. Dat is soms ook genoeg. Ik denk dat het onderhouden van de relatie het belangrijkste is.”

Wat is een belangrijke les die je hebt geleerd?

“Om je vooral niet teveel te focussen op de jongeren die niet willen. Ik merkte dat ik dat in het begin heel moeilijk vond, het deed pijn en je wilt ze er zo graag bij. Focussen op de jongeren die wel willen geeft ook de mogelijkheid om jongerenwerk te laten groeien van binnenuit.”

Wat is je advies aan jongerenwerkers?

“Blijf bij jezelf. Als jij niet jezelf bent, prikken zij er doorheen. Maar ook de andere kant op; laat jongeren ook helemaal zichzelf zijn. Wees een plek waar ze hun vragen, boosheid en onvrede kwijt kunnen, maar ook hun enthousiasme. En geniet daarvan! Ook als ze daarin hun geloof anders beleven en uiten dan we misschien gewend zijn. Laat hen groeien. En laat daarin de liefde van God zien.”