De randkerkelijke jongere bestaat niet

Het blijft een terugkerend topic op kerkenraadstafels en jeugdraadsvergaderingen: wat doen we met onze randkerkelijke jongeren en hoe bereiken we hen? Wat is de beste manier? Hoe doen we hen recht? En randkerkelijkheid: bestaat dat wel?

Om met dat laatste te beginnen: we denken van niet. Jongeren van nu zijn wat dat betreft redelijk zwart-wit. Als ze zover gekomen zijn dat ze geen kerkelijke activiteiten meer bezoeken, hebben ze al afscheid genomen van de kerk. Ze staan dus niet meer aan de rand. Het feit dat ze nog wel staan ingeschreven in de ledenlijst doet daar niets aan af. Ze zijn op dat moment eigenlijk niet heel veel anders dan een gemiddelde andere niet-kerkelijke jongere, behalve dat ze om de een of andere reden teleurgesteld zijn geraakt in de kerk. En dat maakt ze nóg lastiger te bereiken dan een jongere die niet met een kerk is opgegroeid.

Hoe bereik je ze dan nog?

Allereerst moet je jezelf de vraag stellen: waarom wil je ze bereiken? Wat is je doel? Als je doel is dat jongeren weer terug bij de kerk komen: doe het dan niet. Dat klinkt misschien heel gek, maar jongeren voelen dat. Het komt op hen over als: die persoon is niet geïnteresseerd in mij, maar in mijn kerklidmaatschap. Jongeren van nu zijn enorm op zoek naar echtheid. In een wereld met zoveel nepnieuws en mensen die zich anders voordoen dan ze zijn, vinden ze authenticiteit enorm belangrijk. Dus als je contact met ze zoekt: wees echt, heb geen verborgen agenda. Vertel ze waarom je ze opzoekt en tijd in hen investeert. Je hoeft niet over eieren te lopen of God en de Bijbel te vermijden. Jouw liefde voor God, de kerk en de jongere mag zichtbaar zijn. Juist, want dat is jouw echtheid, waar ze naar zoeken. Maar realiseer je wel, dat de ander God en de kerk waarschijnlijk op een lager pitje heeft staan, om welke reden dan ook. Dender daar niet als een bulldozer overheen, maar wees zachtmoedig en fijngevoelig. Als je een relatie start met een jongere, moet het ook een relatie zijn en geen project. Dan is het niet onvoorwaardelijk. Want als iemand op een gegeven moment zegt: ‘Karel ik vind je hartstikke aardig, en je bent nou acht keer op de koffie geweest, maar eigenlijk heb ik helemaal niks met dat geloof’, is Karel dan nog steeds interessant of stopt het dan? Hou van jongeren, gewoon omdat je van jongeren wil houden.

Voorbeeldfiguur

Besef in je contacten met niet-kerkelijke jongeren ook dat ze naar je kijken en vooral: afkijken. Jij bent voor hen de representatie van de kerk, hoe ze jou zien zal mede hun beeld van de kerk vormen. Als jij oordeelt kunnen ze sneller denken: ‘in de kerk zeggen ze dat je niet mag oordelen, maar moet je kijken wat die man nu doet’. Als jij roddelt kunnen ze denken dat dit blijkbaar mag in de kerk of dat de kerk hypocriet is . Onderschat dus niet wat de kracht van jouw voorbeeld is!

Ruimte

Laat ruimte voor het verhaal van de jongere. In een interview voor ons kwartaalmagazine ‘BelievID’ zei de Amersfoortse pionier onder kerkverlaters Bob Venus eens: “Ik heb met mijn werk geen agenda, behalve iets maken waar mensen zich gezien en gehoord voelen. Dat maakt dat er zowel atheïsten, agnosten, spiritualisten, ietsisten, christenen als kerklozen op afkomen. Het is open voor iedereen, iedereen mag ook zijn verhaal doen. Elk verhaal doet er ook toe. Je zou kunnen zeggen dat ik ruimte maak voor iedereen.  En dat in die ruimte God soms iets doet, al is dat aan Hem. Ik zeg altijd: als God er is, dan mag Hij dat doen.”

Relatie

In het verhaal van de jongeren is gelijkwaardigheid belangrijk, dat is waar ze naar zoeken. Ze zitten niet te wachten op een preek of monoloog, dat kennen ze wel. Ze willen hun eigen verhaal vertellen. En nog vaker: ze willen jouw verhaal horen. Wie ben jij? Wat geloof jij? Vind jij geloven moeilijk? Twijfel jij wel eens? Ben je wel eens boos op God? Vertel dus over jouw leven met God. Het afgelopen jaar heb ik, Gerrianne, catechisatie gegeven aan een 18+ groep. Ze zaten zondag vaker niet dan wel in de kerk. Ze wisten niet of ze wel bij de kerk wilden blijven of wilden (blijven) geloven. En elke catechisatie-avond kreeg ik steevast de vraag: maar hoe doe jij dat dan? Een vraag uit nieuwsgierigheid en soms uit de frustratie, want in de kerk leek iedereen een supergelovige. Wees daarom eerlijk, ontmoet niet alleen de jongere, maar laat hen ook jou ontmoeten.

Verbinding

Die ontmoeting vraagt om verbinding. En verbinding is te vinden op het punt van herkenning, op dat wat overeenkomt. Zoek daarnaar en blijf niet blindstaren op dat waarin je verschilt van elkaar. Jezus zelf is hierin een prachtig voorbeeld. In het verhaal van de overspelige vrouw (Johannes 8) lezen we dat de Farizeeërs een vrouw bij Jezus brengen en Hem wijzen op haar zonde. Maar Jezus focust zich totaal niet op haar specifieke zonde. Hij stelt de vraag naar de confronterende verbinding: ‘wie van jullie zonder zonde is, werpe de eerste steen’. Je voelt de ongemakkelijkheid bij de Farizeeërs en één voor lopen ze weg. Tot Jezus alleen overblijft en vraagt: ‘waar zijn ze? Heeft niemand u veroordeeld? Ik veroordeel u ook niet. Ga naar huis en zondig niet meer’. Heeft ze nooit meer gezondigd? De Bijbel vertelt ons dat niet. Wat we wel weten is dat Jezus eerst zoekt naar verbinding en ontmoeting, voordat Hij een opdracht tot verandering geeft.

Verlaten

En als die verandering betekent dat de jongeren niet terugkomen in de kerk? Of zijn of haar geloof verliest? Besteed daar dan aandacht aan. Zorg voor een moment van afscheid. Dat hoeft niet groots te zijn, maar laat merken dat je op de hoogte bent van de keuze en dat ze deel zijn (geweest) van de gemeente. Geef hen vertrouwen en ruimte. En realiseer je dat de jongere ook iets heeft verloren.

Heb ook oog voor het gezin van de jongere. Het zal pijn, verdriet en vaak ook een gevoel van schuld of schaamte met zich meebrengen. En deze emoties zullen waarschijnlijk ook in de gemeente zelf aanwezig zijn. Hoe hadden we dit kunnen voorkomen, of anders kunnen doen? Er zullen misschien gemeenteleden zijn die zich herkennen in de zoektocht en vragen van de jongere. Wees niet bang om het gesprek (en de daarbij behorende emoties) aan te gaan. Wat bespreekbaar is, krijgt veel minder ruimte om te rotten, dan wat onbespreekbaar blijft. En in die verbinding ontdek je de waarde van kerk-zijn: je hoeft het niet alleen te doen. Een jongere die de kerk verlaat is niet alleen jouw verantwoordelijkheid.

Investeer

En tot slot, verlies de jongeren die wél betrokken zijn, niet uit het oog. Investeer in hen, werk aan een relatie, luister naar hun verhalen. In het werken met jongeren geldt: Bijbelse kaders vasthouden, je eigen kaders flexibel maken. Wees bereid om in het belang van je jongeren je eigen denkkaders los te laten en mee te denken en te bewegen met je jongeren.

Leuk

Maar hier willen we het niet bij laten. Want dan zou dit een zwaar artikel zijn met opgeheven vinger. En dat is niet onze bedoeling. Want werken met jongeren is leuk. Een relatie met hen opbouwen is super waardevol én leerzaam, ook voor jezelf. Buiten je eigen kaders denken kan ook heel verfrissend zijn en weer nieuwe energie geven. Een voorbeeldfiguur zijn is heel dankbaar werk. Ruimte laten is bevrijdend. Met andere woorden: relationeel omgaan met je jeugd is géén moeten. Het is een ongelofelijk mooi én leuk cadeau wat we van onze God hebben gekregen!

Door: Jenne Minnema en Gerrianne Smit

Dit artikel is eerder verschenen in Ambtelijk Contact

Gerrianne Smit

Gerrianne (1990) is jeugdwerkadviseur bij de CGJO