LET OP: Voor een juiste werking van deze website dient u JavaScript in te schakelen voor deze browser.
Website opnieuw laden

CGJO - Christelijke Gereformeerde Jeugdwerk Organisatie -

Het heilige gebeurt

Wat is dat, als ‘het heilige’ in het kerkelijk jeugdwerk gebeurt? En welke bijdrage kunnen en mogen we als kerkelijke gemeenschap leveren om dat heilige onder jongeren de ruimte te geven?

tekst Elise van Gurp


Het is vier uur ’s nachts, ik ben op kamp met de club van de kerk. Het is gezellig, erg gezellig. De hele dag zijn we actief bezig geweest. De jongeren zijn uitgeraasd door een zeskamp en nu zitten we heerlijk rustig bij het kampvuur. Het is donker, maar de maan schijnt. Het is bijna volle maan, dus we hebben voldoende licht. Opeens zegt iemand: ’Wauw, wat is God toch goed! Als ik die maan zie: wat heeft Hij de wereld toch mooi gemaakt.’ Leiders en jongeren stemmen in. We krijgen een mooi gesprek over hoe mooi de aarde is en hoe God alles gemaakt heeft. Dat moet Hij toch wel bedacht hebben, is de conclusie.

Dit gesprek had ik van tevoren niet kunnen bedenken, laat staan inplannen. Op het programma stond ‘chillen’. Dat is goed geslaagd, maar zo’n mooi gesprek met je jongeren, dat plan je niet, dat gebeurt. De dag erna hadden we wel iets ‘serieus’ in het programma gezet: iedereen werd in groepjes ingedeeld en kreeg een onderdeel van een kerkdienst toebedeeld. Mijn groepje kreeg ‘het gebed’ mee. We schreven verschillende bid- en dankpunten op en toen we allemaal bij elkaar kwamen, hielden we de ‘dienst’. Het werd een heel mooie en emotionele dienst. Er ontstond wat. Ik wil het zelfs wel heilig noemen. Het heilige gebeurde, zo zou ik het willen omschrijven.

Wat is dat, wat ik omschrijf als ‘het heilige gebeurt’? Als het heilige gebeurt dan ontstaat er iets. Er gebeurt iets met mensen. Ze ontmoeten God en ze ontmoeten elkaar. Ik weet zeker dat het een andere dienst was geweest als we de avond ervoor niet dat mooie gesprek gehad hadden. Door dat gesprek was er een veilige sfeer ontstaan waarin iedereen zich thuis voelde en zichzelf durfde te zijn. In deze kampdienst was dat voelbaar. Wat zit hierachter, vraag ik mij als jeugdwerker af? Gebeurt zoiets alleen bij kampen, bij wervelende events? Hoe zit dat dan in het gewone, alledaagse jeugdwerk? Gebeurt daar ook wel iets? En tijdens een kerkdienst? Dat zijn lastige vragen. Ik heb ook niet de illusie dat ik het antwoord kan geven op die vragen, ik ervaar namelijk juist steeds vaker het ongrijpbare van mijn werk – dat het allerminst maakbaar is. 

Neem de clubavond die ik laatst had voorbereid. Het thema had mij vroeger zelf geraakt en ik was ervan overtuigd dat het ook wat met de jongeren in mijn club zou doen. Ik ging erg hoopvol de avond in. Maar tot mijn verbazing reageerden de jongeren anders dan ik had verwacht. Ze waren er niet zo mee bezig, het was een prima avond, maar het onderwerp had de jongeren niet echt gegrepen. Zulke avonden zijn er te over in het jeugdwerk, oftewel: je kunt als jeugdleider nog zo je best doen, maar zonder garanties dat daardoor ‘het heilige gebeurt’. 

Toch geloof ik dat je als jeugdleider de omstandigheden zo kunt creëren dat – en ik vind het lastig hier goede woorden aan te geven – harten van jongeren geraakt worden, oftewel: dat het heilige gebeurt. Is het toch maakbaar dus? Misschien meer dan we denken, geloof ik. Om dit toe te lichten, vertel ik je iets over mijn eigen zoektocht in het geloof en dus ook mijn zoektocht in de kerk. Ik heb een relatie met God. Die relatie is niet altijd gemakkelijk, maar ik werk er hard voor om deze zo goed mogelijk te houden. Ik heb ook relaties met verschillende jongeren en wil graag dat zij God leren kennen, de God die ik ook ken. Ik weet dat het niet altijd gemakkelijk is om te geloven; ik ken zelf ook pieken en dalen, maar klim elke keer weer uit een dal. Hoe dat komt? Ik denk deels door de stevige basis die ik van mijn ouders heb meegekregen, daarin zit volgens mij een eerste ‘opstap’ voor het heilige dat in jongerenwerk zomaar kan gebeuren. 

Mijn ouders vonden de kerk belangrijk, dus ik moest altijd twee keer mee naar de kerk en meedraaien tijdens kerkelijke activiteiten. Ze zeiden niet alleen dat ik naar de kerk moest, maar vertelden er ook bij waarom ze dat belangrijk voor mij vonden. Had ik een vraag over de kerk, dan maakten ze tijd vrij om die te beantwoorden. Mijn ouders waren in mijn kinder- en jeugdjaren mijn belangrijkste geloofsvoorbeelden. Ook het jeugdwerk speelde een rol in mijn geloofszoektocht. Ik ging graag naar club en zelfs naar catechisatie – ik denk dat dit vooral kwam door de leuke groep die we hadden. Het blijkt letterlijk uit onderzoek dat jongeren die het in de gemeente gezellig met elkaar hebben met minder tegenzin participeren in de kerk. Als jeugdleider heb je in zo’n ideale situatie dan ook de prachtkans om actief met hen in gesprek te gaan over het christelijk geloof. 

Ik ben inmiddels zelf jeugdleider. Een jongere zei vorig jaar tegen mij: ‘Elise, die film kunnen we ook wel gezellig thuis kijken, we willen op club iets leren.’ Daar stond ik van te kijken: deze jongeren wilden liever met elkaar doorpraten over een onderwerp, ze wilden blijkbaar leren. Nu is dit, moet ik erbij zeggen, wel een bijzondere groep jongeren en zijn de omstandigheden gunstig. Ze komen allemaal uit dezelfde twee dorpen, zaten bijna allemaal op dezelfde basisschool en zitten nu op dezelfde middelbare school. Kortom, ze kennen elkaar heel erg goed. Aan groepsvorming hoefden we nauwelijks iets te doen en dat is lang niet overal het geval. Is een groep nog geen eenheid, dan is dat een belangrijk aandachtspunt. Want raken jongeren op een kerkelijke jeugdclub meer bevriend met elkaar, dan delen ze gemakkelijker dingen met elkaar en zijn er eerder momenten waarop ze van hart tot hart met elkaar spreken. Dan zijn er dus sneller momenten waarin ‘het heilige gebeurt’. 

Investeer dus in relaties met jongeren, wil ik ook meegeven. Net zoals een liefdevolle, veilige thuisbasis positieve impact kan hebben op de ontvankelijkheid van jongeren voor God en geloof, heeft een goede relatie met hen dat ook. Als kerkelijk jongerenwerker wil ik de jongeren daarom beter leren kennen. Ik stuur ze berichtjes als er toetsweken of examens zijn of ga een ijsje eten met een jongere als ik merk dat hij of zij wat extra aandacht nodig heeft. Het kost wat tijd, maar is waardevol. Het is ontzettend belangrijk om te weten wat er speelt, want alleen dan kun je gerichte vragen stellen. 

Kerkelijk jeugdwerk is alleen wel breder dan de clubs en het kamp, daar zit een laatste punt waar ik wat over wil zeggen. Eigenlijk hoort het jeugdwerk nauw verweven te zijn met het gemeenteleven – helaas is dat vaak niet het geval. Ik zie nu die jongeren voor me die in de kerkdienst zitten met hun hoofd op ‘standje ongeïnteresseerd’. Dat is niet alleen omdat ze het niet boeiend vinden, vrees ik, de kans is groter dat de dienst niet toegankelijk is voor hen, dat ze niet genoeg worden aangesproken. Daar moeten we wat mee. Als we het belangrijk vinden dat het heilige onder jongeren ook in de kerkdienst gebeurt en dat zowel jongeren als ouderen God daar ontmoeten, moeten we daarvoor ons best doen. Houd het niet bij praten, maar richt de dienst zo in dat deze ook voor jongeren toegankelijker is. 

Dat jongeren meer en vaker geraakt worden door God en zijn evangelie ligt niet totaal buiten onze eigen invloedssfeer. We kunnen de omstandigheden in zekere zin beïnvloeden, zodat het heilige kan gebeuren. We hebben de taak gekregen om het woord van God over te brengen aan de volgende generatie. We moeten ons best doen om het ze te vertellen, voor te doen en voor te leven. Toch komen we er niet alleen met een swingend lied in de dienst, chillen op de club en een volop eigentijdse werkvorm op catechisatie. Hoe belangrijk dat ook is, we mogen het belangrijkste niet vergeten: God zelf. Ik mag erop vertrouwen dat God zijn werk doet onder onze jongeren en dat de Geest van God werkt in de kerkdienst. God werkt op zijn tijd en die wetenschap geeft ontspanning als ik een jongere tijdens de kerkdienst verveeld zie kijken of hem niet kan bereiken tijdens een clubavond. Ik weet dat God er ook dan is en dat Hij werkt. Dat geeft mij lucht. 

Elise van Gurp is jeugdwerkadviseur bij de CGJO.