LET OP: Voor een juiste werking van deze website dient u JavaScript in te schakelen voor deze browser.
Website opnieuw laden

CGJO - Christelijke Gereformeerde Jeugdwerk Organisatie -

Het sleeptouw en de zak chips

Relaties opbouwen met jongeren gaat niet vanzelf. Dat kan knap lastig zijn. Hoe pak je dat handig aan? Welke valkuilen zijn er?

Jeugdwerkadviseur Jenne Minnema reed naar Lelystad waar hij André van der Galiën vroeg hoe hij dat in zijn werk als jeugdwerker in CGK ‘het Anker’ doet.

Om maar gelijk te starten met een leuke vraag: waarom wil jij jongeren zo graag bij de kerk houden?

“Ik zou heel graag willen dat ze iets gaan proeven van dat Jezus van ze houdt en dat ze een gemeenschap ontdekken waar ze liefdevol bejegend worden, en dat ze met hun vragen en zorgen bij God en mensen terecht kunnen.”

Wat vind jij leuk aan jeugdwerk?

“Jeugdwerk is al snel leuk. Bijvoorbeeld door de uitdaging wie de grootste toren kan bouwen, maar ook dat je naar de supermarkt gaat en vraagt welke smaken chips zij lekker vinden. Dan zie je daarna blije gezichten rondom een zak chips. Heerlijk!

Ik merk dat ik van betekenis kan zijn voor mijn leiders en jongeren om ze te laten nadenken over wie God in deze tijd is voor ons en onze jongeren. Mijn drive is dat God mij talenten heeft gegeven om met het geloof aan de slag te gaan en om van binnenuit gedreven met die gasten te werken. Vanuit de liefde van Christus die met deze gasten op pad wil. Ik hoor en zie veel jongeren die vastlopen, en ik vind het supermooi dat je dan een ander perspectief aanbieden dan wat de wereld voor ze heeft.”

Mag jeugdwerk leuk zijn?

“Nee dat moet heel streng zijn!” Andre lacht. “Nee natuurlijk mag jeugdwerk leuk zijn. Maar dat is wel een vaag begrip in de kerk. Je hebt echt iets te vertellen aan die gasten. Want voor ‘leuk’ kunnen ze ook naar de scouting of voetbal. Daar is het af en toe ook veel leuker dan bij ons in de kerk. Maar er is een manier van leven met een God die je vervulling kan geven. Dat vind ik belangrijker dan ‘als het maar leuk is’. Overigens: ik organiseer wel leuke dingen hoor!”

Je organiseert o.a. Church on tour. Wat is dat?

“We zijn afgelopen jaar elke eerste zondag van de maand naar diverse kerken gegaan door heel Nederland. En ik heb samen met hen proberen te ontdekken op welke manier er door verschillende Christenen in deze tijd het geloof wordt beleefd en gevierd. We hebben vaak uitleg gekregen in die kerken en daardoor kregen we ook het waarom te horen achter de manier waarop ze hun kerk-zijn vormgeven. Veel ervaring, maar tegelijkertijd ook deskundigheid van personen zelf. Dat vind ik mooi.”

Maar wat hebben jongeren aan zo’n tour?

“De eerste keer met Church-on-tour waren we bij Kees Kraayenoord. We hadden expres een grote kerk uitgezocht, met veel gein en ongein. Matthijn Buwalda sprak over Ester. Zijn preek was hip en aansprekend, maar toen ik na afloop aan mijn tieners vroeg waar hij het over had gehad konden ze het gewoon niet vertellen. Ze waren niet gewend om in een kerk te luisteren naar wat de boodschapper te vertellen had. In de vervolgkeren wisten ze dat ik met die vraag zou komen en stapje voor stapje, maand bij maand, werd het gesprek over de preek steeds dieper en kwamen ze met inhoudelijke vragen. Op die manier hebben we ze geprobeerd te leren dat je naar een preek mag luisteren omdat die misschien wel een boodschap heeft die van toepassing is op jouw leven. Het betekent wel investeren, met elkaar op pad gaan en over kerkmuren heengaan. En beseffen dat andere kerken ook op een goede manier over Jezus kunnen vertellen.”

Hoe ben je op dit idee gekomen?

“Wij 30ers en 40-ers, wij weten het allemaal wel. Wij protesteren in een kerk, wij willen de kerk wel vertellen hoe het anders moet en wij denken dat jongeren dit ook weten. Jongeren vinden de kerk saai, maar weten niet hoe het anders moet omdat hun voorbeeldfiguren ook niet heel erg creatief of veranderend denken. Het wordt vaak gezocht in nieuwe Opwekking, nieuwe berijmingen of een interactief moment in de dienst. Maar de vormgeving van de dienst blijft eigenlijk altijd hetzelfde. Dat heeft mij doen beseffen: hoe kan ik nu zorgen dat ik met jongeren een gesprek kan voeren over wat ze dan wél willen? En toen dacht ik: als ik hier in mijn eigen gemeente blijf (waar ze niet zo vaak naar toe gaan) gaat dat niet lukken. Ik moet ze op sleeptouw nemen naar andere plekken. Dat is tegelijk ook een kans om jongeren met elkaar te binden. Als je een uur met elkaar in de auto zit kun je ook gesprekken voeren. We namen brood mee, gingen tussen de middag eten en tijdens die maaltijden ontstonden leuke gesprekken. Op die manier is een wat kleinere kerk zoals wij in staat om op een ontspannen manier in gesprek te komen.”

Wat zou jij kerken adviseren die met relationeel jeugdwerk aan de slag willen?

“Je moet niet denken dat we jongeren even gaan optrommelen en met hen in gesprek gaan. Kijk eerst hoe het contact van je jeugdleiders met je jongeren is. Kun je via die route contact met ze krijgen? Jongeren willen best een gesprek aangaan, maar ze hebben niks met iemand 1x in het jaar te spreken omdat die dat vanuit zijn kerk ‘moet doen’.

Relationeel jeugdwerk start met luisteren. Leer je tieners en jongeren kennen. Beweeg met hen en ontdek waar hun vragen zitten, wat hun hobby’s zijn etc. Als je ontdekt waar de capaciteiten van jouw jeugd zitten kun je met hen ook dingen gaan ondernemen die daarbij aansluiten. Samen met hen bouw je dan iets moois op.


Ik geloof dat dit contact nodig is om iets van je geloof uit te dragen. Als ik door mijn interesse hun hart leer kennen kan ik ook mijn hart delen. Het is voor iedereen in de gemeente belangrijk dat je leert je hart te delen. Zo kun je ontdekken wat God aan die ander geeft en wat we voor elkaar kunnen betekenen.”

Is dat de truc?

Andre lacht. “Ik heb geen toverformule. Ik merk zelf dat pas in het 3e jaar dat je met jongeren optrekt de diepere band ontstaat en je hoort van hun moeiten. Andere interesses zoals voetbal e.d. hoor je sneller, maar waar hun eigen pijn ligt of hun vragen zitten hoor je pas als je een langere relatie hebt. Het is lange adem, volhouden. Jongeren van nu leven snel en vluchtig, hebben veel waar ze op moeten anticiperen en dat geeft die relatie af en toe een lastigheid. Als ze ineens niet meer kunnen op vrijdag door baantjes bijvoorbeeld. Je moet steeds weer opnieuw kijken: wat gaan we doen? Ik ga dan met mijn jeugdleiders overleggen en kijk wat er mogelijk is.

Ik vraag me altijd af: waar ligt de beleving van jongeren? Ik kan jongeren vragen naar Netflix series, dan krijg ik tot 1 uur ’s nachts antwoord. Maar als ik vraag hoe ze denken over een inhoudelijk thema dan krijg ik reactie van 1 fanatiekeling. Dit betekent dat we goed moeten weten waar zij met hun hoofd zitten zodat je ook de juiste vragen kunt stellen om antwoorden te krijgen die je misschien ergens zou willen. En dat is nog best een gepuzzel.”

Jeugdwerk is een beetje puzzelen?

“Ja. Als je denkt dat je er bent dan wordt de puzzel soms weer overhoop gegooid. Maar ik doe mijn jeugdwerk in het volle vertrouwen dat er Eén is die de puzzel weet!”

Meer artikelen uit Outline 47 over relationeel jeugdwerk lezen... 
Volledige Outline downloaden (PDF)

WEBCOMP online media