LET OP: Voor een juiste werking van deze website dient u JavaScript in te schakelen voor deze browser.
Website opnieuw laden

CGJO - Christelijke Gereformeerde Jeugdwerk Organisatie -

Kerkelijk jeugdwerk, waar doe je het voor?

Als jeugdleider in de kerk kan het gevoel je bekruipen dat je niet weet waar het goed voor is. De kinderen, tieners of jongeren uit je groep groeien door, gaan naar een volgende groep en verdwijnen door allerlei redenen uit je gemeente.

Veel zal je er na een jaar of wat niet meer terugzien. En dat is goed, want ze gaan hun eigen leven opbouwen. Als jeugdleider geef je hun iets mee waarvan het resultaat niet voor jou is; dat is voor God.

Toch heb ik een paar resultaten mogen zien. Neem bijvoorbeeld Nico, toen 13 jaar, die vanuit een sneeuwballengevecht met zijn handschoenen aan naar binnen kwam rennen tijdens een tieneravond. Met die twee handschoenen aan schepte hij een hele schaal chips leeg, liet driekwart op de grond vallen en wilde weer naar buiten rennen om verder te gaan in de sneeuw. Terwijl ik hem staande hield en hem aansprak stond hij me aan te kijken alsof ik gek was. In zijn enthousiasme had hij er werkelijk geen idee van wat hij gedaan had en dat ik hem daarvoor op zijn kop gaf. Jaren later, hij was toen rond de 25, stond hij na een dienst naast me. Hij was vanwege opleiding verhuist en was een zondag bij zijn ouders. Uit zichzelf begon hij erover dat hij best een moeilijke tiener was en dat ik hem wel terecht wees maar dat hij zich ook altijd welkom had gevoeld. Ondertussen was zijn lijn met de kerk verbroken, maar mijn inzet voor hem waardeerde hij nog altijd  positief. Mijn hoop is dat die herinnering van hem aan mij ooit zal helpen om Gods liefde te aanvaarden. Een hoop die deels gebaseerd is op het contact met Ties. Ties ken ik vanaf zijn 16e. Hij was verlegen en door sores thuis bezig met overleven. Met hem heb ik altijd contact gehouden, ook toen hij aan de andere kant van het land ging wonen, al was het maar een enkele keer per jaar. Zijn moeite raakte naar de achtergrond toen hij zijn eigen leven in kon gaan richten en toen hij eind 20 was vertelde hij dat zijn vrienden en ons contact hem bij de kerk gehouden heeft en dat hij het contact met God nooit verloren is. Voor Ties zat het in het contact, en toch is dat niet de sleutel. Zo is er ook Jette, toen een intelligente en zeer voorkomende 15 jarige. Zij had haar hele leven prima op de rit had en de kerk sprak haar niet aan, geloof was hooguit wel interessant en met leeftijdsgenoten in de kerk had ze geen klik. Zij zocht recent contact met me over de vraag of ik een jeugddienst wilde leiden. Ze vertelde me dat de manier waarop ze mij over Jezus en God had horen praten, haar geïnspireerd had en dat wilde ze als jeugdleider doorgeven aan haar groep.

Drie voorbeelden uit een periode van meer dan 25 jaar jeugdwerk. Voorbeelden waarin het erom gaat dat ik, als jeugdleider, ertoe gedaan heb in het leven van de jeugd waar ik tijd mee doorbracht. Zonder het altijd bewust te beseffen is mijn, met vallen en opstaan, volgen van Jezus een voorbeeld geweest. En ik ben nogal eens onderuit gegaan, ik vorm bepaald niet het perfecte beeld van de ideale christen die zijn hele leven op orde heeft.

De bijdrage die jij als jeugdleider kunt geven aan de jeugd waar jij contact mee hebt, is dat je een voorbeeld bent in je daden. Zij zien van jou wat jij voor hen over hebt, je tijd, je middelen en vooral jouw vriendelijkheid, openheid, enthousiast en interesse. In die daden zien zij jouw intenties terug van dat jij er een gezellige, interessante of energieke ontmoeting van wil maken. Ook als dat wel eens anders uitpakt dan jezelf voor ogen had, wees daar dan ook open over. Zo laat je ze, door het open zijn over jouw intenties, meekijken in jouw overtuiging. Want jij bent jeugdleider omdat jij in Jezus als een zus, moeder, oma of broer, vader, opa voor ze zijn of vind dat de jeugd een veilige plek moet hebben. Vul hier je eigen overtuiging maar in…

In mijn voorbeelden die ik aanhaal herken je misschien dat de drie mensen elk gereageerd hebben één van deze drie dingen: daden, intentie of overtuiging. Het is daarom mijn overtuiging dat jij en ik er als jeugdleider echt toe doen. De Geest schakelt ons actief in om in daden, intentie en overtuiging te getuigen van het komende Koninkrijk van God. Ook als je daar zelf niet altijd het resultaat van ziet.
 

 (De namen in het artikel zijn in verband met de privacy veranderd)

Paul Smit Jeugdwerkadviseur bij NGK Jeugdwerk