LET OP: Voor een juiste werking van deze website dient u JavaScript in te schakelen voor deze browser.
Website opnieuw laden

CGJO - Christelijke Gereformeerde Jeugdwerk Organisatie -

Kinderen leren er niets van als we hun moeilijkheden oplossen

Coaching is populair. Maar kunnen we hier ook iets mee in (geloofs)opvoeding? Jeugdwerkadviseur Kasper stelde die vraag aan kinder- en opvoedcoach Corien Rietberg.

Coachend opvoeden, wat moet ik me daarbij voorstellen?

“Een coach loopt met iemand op, met als doel dat iemand groeit in zelfvertrouwen, zelfstandigheid en zelfsturing en daardoor een goed zelfbeeld ontwikkelt. Het belangrijkste dat ik (mijn) kinderen mee wil geven, is dat ze Jezus leren kennen en een relatie met Hem aangaan. Daarnaast wil ik graag dat ze worden zoals God hen heeft bedoeld: heel en vrij. Coachend opvoeden helpt bij het groeien in heelheid en vrijheid. 

Toen ik mijn kinderen leerde fietsen, gingen ze eerst bij mij achter op de fiets: ik deed ze voor hoe het moest. Daarna liet ik ze naast me fietsen, ik gaf uitleg over de regels en gevaren, en als het nodig was greep ik het kind in de kraag. De derde stap was dat ik het kind voor me liet fietsen en ik op afstand indien nodig instructies gaf. Daarna komt het moment waarop je tegen het kind zegt: Ik denk dat je het alleen kunt. En dan fietst het kind zonder jou naar school. Het coachen is erop gericht dat je kinderen zelf verantwoorde keuzes leren maken.  

Door samen met je kind te oefenen werk je aan zelfstandigheid. Door het kind voor je te laten fietsen leert het zelf beslissingen te nemen. En uiteindelijk kan het kind het zelfstandig, een enorme boost voor het zelfbeeld en zelfvertrouwen. Deze aanpak kun je op veel levensterreinen toepassen, door niet voor je kinderen te beslissen of op te lossen, maar door middel van voordoen en vragen stellen hen zelf oplossingen laten vinden.” 
 
Hoe moeten ouders dat dan aanpakken? 

“Coaching bestaat uit twee belangrijke onderdelen: bevestigen en vragen stellen. Bevestiging geven is erkenning geven voor hun gevoel en zien en benoemen wat ze zelf kunnen. Als het gaat om vragen stellen zijn de volgende drie basisvragen belangrijk: 1. Wat wil je bereiken? 2. Hoe ga je dat doen? 3. Wat heb je daarvoor nodig? 

Een keer kwam onze zoon helemaal van de kaart thuis: hij had ruzie met zijn beste vriend. Ik had het toen als een curlingouder het voor hem op kunnen lossen door gelijk de telefoon te pakken en het uit te leggen aan de vriend of zijn moeder. Daar leert mijn zoon echter niets van. Hij leert er veel meer van als ik met hem nadenk over een oplossing. Als eerste heb ik hem erkenning gegeven: “Wat is dat rot zeg, ruzie met je beste vriend!” Vervolgens heb ik hem gevraagd: “Wat zou je willen?” Zijn antwoord was: “Dat het weer goed komt.” Mijn reactie was: “Dat snap ik. Hoe zou je het weer goed kunnen maken?” “Door met elkaar te praten.” Ik: “Ja, dat is heel goed idee! Hoe ga je dat doen?” Hij: “Nou door net als jij, te zeggen, ‘ik heb het gevoel dat…’ ”. Vervolgens bedenken we samen hoe hij dat gesprek met zijn vriend zou kunnen aanpakken. Tot slot vraag ik: “Kun je hiermee verder? Heb je nog iets nodig?” Waarop hij denkt dat het wel gaat lukken zo. Door het zo aan te pakken heeft is zijn zelfvertrouwen gegroeid. En kan hij in het vervolg zelfstandiger een dergelijke situatie oplossen. Ik vind die uitspraak van Pippi Langkous altijd zo leuk: ‘Ik heb het nog nooit gedaan, dus ik denk dat ik het kan…’”
 
Wat kunnen we bij in de geloofsopvoeding leren van de coachende werkwijze? 

“Jezus omgang met zijn leerlingen lijkt heel veel op coaching. Eerst nam Hij zijn discipelen achter op de fiets overal mee naartoe. Daarna stuurt Hij ze erop uit om het zelf te doen. Hij neemt ze bij de hand en als ze fouten maken helpt Hij hen ze ervan te leren. 

Het gebeurde een keer dat mijn zoon me observeerde terwijl ik hardop aan het bidden was, zonder dat ik het in de gaten had. Daarna zei hij: “Mam, het geloof is echt voor jou, hč?” Wanneer kinderen zien wat het geloof voor jou betekent willen ze dat graag ook. Net zoals de leerlingen aan Jezus vragen: “Leer ons bidden,” zo kunnen onze kinderen gaan vragen: “Wil je me leren stille tijd te houden?” Als zo’n vraag komt, ga het dan niet voor hen uitkauwen, maar stel ze vragen, zoals: Hoe ga jij Jezus beter leren kennen? Wat heb je daarbij nodig? 

Als het gaat over geloofsopvoeding vind ik 1 Thessalonicenzen 2:8 een prachtige tekst: ‘We zijn u tegemoet getreden met een voedster die haar kinderen koestert. In die gezindheid, vol liefde voor u, waren we niet alleen bereid om u te laten delen in Gods evangelie, maar ook in ons eigen leven. Zo dierbaar was u ons geworden.’”
 

Corien Rietberg (1968) is 25 jaar professioneel jeugdwerker geweest, auteur van het ‘handboek voor kinder- en jeugdpastoraat’. Een paar jaar terug deed ze de opleiding tot kinder- en opvoedcoach. Nu werkt ze vanuit haar onderneming Zorg voor jongeren als trainer, coach en schrijver van methodes. Corien Rietberg is getrouwd met Harry en moeder van Joyce (19) en Rowan (18) 

Tekst: Kasper van Helden