LET OP: Voor een juiste werking van deze website dient u JavaScript in te schakelen voor deze browser.
Website opnieuw laden

CGJO - Christelijke Gereformeerde Jeugdwerk Organisatie -

(OP)VOEDEN IN GELOOF

‘It takes a village to raise a child’ is een Engelse uitdrukking die mooi uitbeeldt dat een kind gevormd wordt door veel factoren.

. Als het om geloven gaat is de kerk zo’n villlage waar kinderen en jongeren opgroeien. Jeugdwerkadviseur Kasper gaat hierover in gesprek met Fianne de With, masterstudent aan de Theologische Universiteit in Apeldoorn. Voor haar stage deed ze onderzoek naar de behoeften die ouders hebben als het gaat om geloofsopvoeding. Daarnaast studeert Fianne onderwijspedagogiek. Kasper zelf is vader van twee kinderen. Een dialoog tussen twee mensen met hart voor kinderen en geloof.

 Geloof

 Om te beginnen wil Kasper weten wat de aanleiding voor Fianne’s onderzoek is geweest

Fianne vertelt dat in kerkelijke gemeentes vaak wel  thema-avonden en cursussen over geloofsopvoeding georganiseerd worden, maar dat niet alle ouders bij die bijeenkomsten kunnen of willen komen. Niet iedereen is bijvoorbeeld een groepsmens. Hoe bereik je nu die mensen die niet op een opvoed-avond komen en hoe weet je wat er bij die gezinnen leeft? Als gemeente wil je iedereen ondersteunen in de geloofsopvoeding. Fianne: “Geloofsopvoeding in het gezin is belangrijk. Daar wordt het fundament gelegd en als gemeente zijn we er om elkaar daarbij te helpen.” Om erachter te komen wat ouders nodig hebben is Fianne met hen in gesprek gegaan.

 

Kasper: “Kun je eens een voorbeeld noemen van hoe we ouders kunnen helpen met de opvoeding, naast het organiseren van een speciale avond met gesprekken?”

Fianne: “Een heel basic voorbeeld is de preek. Iedereen kan daardoor aangesproken worden, want iedereen is daar bij. Kinderen ook vaak. Het eigen geloof van de ouders is belangrijk. Hoe ouders met geloven omgaan en wat ze belangrijk vinden is bepalend voor wat ze hun kinderen willen meegeven. Je kunt als kerk ouders in hun eigen geloof  aansporen  en aanvuren. Dat heeft impact op het gezin.”

Kasper: ”Je moet dus vooral het geloof van de ouders zélf voeden.”

Fianne: “En het is belangrijk om het gesprek op gang te brengen over jezelf als ouder. Het is niet het doel om iedereen op cursus te brengen. Het is belangrijk dat er met iedereen in de gemeente een lijntje is zodat elke ouder kan worden opgebouwd.”

Kasper: “Kwam dat ook terug in de gesprekken, dat mensen  op verschillende manieren hun geloof voeden?”

Fianne: “Ja, bij de één past een gesprekskring maar een ander houdt meer van één-op-één contact.”

 In de kerk

 Kasper:  “En op een huisbezoek?”

Fianne : “Dat is een leuke vraag! Daar heb ik het in de gesprekken niet expliciet over gehad, maar wat wel duidelijk was, is dat het belangrijk is dat mensen het gevoel hebben dat ze altijd bij de predikant en de wijkouderling terecht kunnen  voor vragen rondom geloof en opvoeding. En dat het ook een laagdrempelig contact is, het idee dat de dominee zelf ook een vader is en begrijpt wat het is.”

 

Op de vraag van Kasper op wat voor een manier de gemeentes waar Fianne haar onderzoek deed al bezig waren met geloofsopvoeding in de kerk antwoordt ze dat dingen als een gezinsdienst, met daarin voor kinderen bekende liedjes en veel aandacht voor de doelgroep, positief gevonden wordt. Ook het uitdelen van materialen waar je thuis verder mee aan de slag kunt of gewoon het houden van een paasontbijt zijn voorbeelden van activiteiten waardoor gezinnen zich betrokken voelen bij de kerk. 

Fianne: “Of gewoon tijd voor je gezin hebben in de context van de kerk”.

Kasper: “Niet dat je naar de kerk gaat en de één gaat naar de crèche en de ander naar de kindernevendienst en weer een gaat naar de jeugdclub.”

Fianne: “Ja, en wat ook bij de kerkdienst naar voren kwam was dat als bijvoorbeeld een predikant bij het dopen aandacht geeft aan de kinderen  en aan hen de doop uitlegt dat de ouders ook helpt. Ouders voelen zich dan gesteund in hun opvoeding.”

Kasper: “Hoe helpt dat dan?”

Fianne: “Het helpt dat je het iemand aan je kind hoort uitleggen. Je kunt er als ouder thuis dan ook weer gemakkelijk op terug komen.”

Kasper: “Omdat je het samen meemaakt en dan kun je er gemakkelijker over doorkletsen.”

Fianne: “Hier gaat het dan over kinderen, maar met tieners kan dat ook. Je hoeft niet heel bijzondere dingen te doen als predikant, maar kinderen moeten er wel iets van snappen en hun ouders ook, want zoals een ouder het zei: ‘Als ik het zelf al amper begrijp, hoe kan ik het dan aan mijn kinderen uitleggen?’”

Kasper: “Want een preek is geen college. Maar zou een predikant het in een preek ook heel concreet kunnen hebben over ‘hoe bid je met je kind?’ Zou je daar voor zijn?”

Fianne: “Wat zou er op tegen zijn?”

Kasper: “Ik zou er ook voor zijn, maar wat zou dan nog de toegevoegde waarde van bijvoorbeeld een toerustingsavond zijn boven een preek?”

Fianne: “Het mooie van een toerustingsavond is dat je ook ervaringen kunt uitwisselen met elkaar.”

Kasper: “Als je de keuze zou moeten maken tussen vier keer per jaar een preek over opvoeding of regelmatig bij een gewone preek een toepassing op het gezin, waar zou je dan voor kiezen?”

Fianne: “Voor dat laatste. Als het over geloofsopvoeding gaat dan heb je als hele gemeente een taak. Ik heb zelf geen kinderen, maar ik ontmoet wel kinderen en tieners in het jeugdwerk. Dan is het ook voor mij relevant, want op deze manier ben ik ook een opvoeder. Bovendien is een kerkdienst niet bedoeld voor een bepaalde groep (bijvoorbeeld ouders), want dan vallen er altijd mensen buiten. Het is een samenkomst van de héle gemeente, waarin je het Woord van God hoort. En dat Woord wordt concreet gemaakt richting je leven, óók richting het gezin en de opvoeding.”

Lijntje

 Kasper: “Ik zie ook nog wel een uitdaging in het bereiken van de groep randkerkelijken die nauwelijks meer in de kerk komt. “

Fianne:  “Beeldvorming over deze groep is heel belangrijk. We moeten niet te snel over elkaar oordelen maar juist een lijntje met de gemeente onderhouden. En dat kan juist ook via de kinderen.”

Kasper: “Je zegt eigenlijk tegen kerkenraden: ‘Vergeet vooral niet in gesprek te gaan met de ouders en te vragen hoe gaat het met de opvoeding.’”

Fianne: “En dan dus niet op een belerende manier, maar écht!

" Wil je verder aan de slag met wat je als gemeente kunt betekenen in de geloofsopvoeding van je kinderen en hun ouders? Het complete verslag van Fiannes onderzoek is te raadplegen via de site van de HGJB. Je kunt er gemakkelijk zoeken op ‘onderzoeksrapport geloofsopvoeding’.

Veel andere info over geloofsopvoeding is te vinden op www.geloofinhetgezin.nl "