LET OP: Voor een juiste werking van deze website dient u JavaScript in te schakelen voor deze browser.
Website opnieuw laden

CGJO - Christelijke Gereformeerde Jeugdwerk Organisatie -

Zeg niet: mijn kind gelooft niet meer

Margriet van der Kooi en Wim ter Horst schreven het prachtige boek Als kinderen andere wegen gaan. Jeugdwerkadviseur Kasper van Helden ging met Margriet van der Kooi in gesprek over de vragen van ouders waarvan de kinderen (dreigen) af (te) haken.


Wie is Margriet van der Kooi?

“Ik ben de vrouw van Kees, moeder van vier kinderen en oma van acht kleinkinderen. Mensen zeggen weleens: ‘dat is een rijk bezit’. Maar dat vind ik geen juiste uitdrukking. Ik zeg liever met Henri Nouwen: Onze kinderen zijn geen eigendom over wie we zeggenschap hebben, maar de allerbelangrijkste gasten, die we moeten leren kennen: hun behoefte, karakter en ritme. Het doel van onze opvoeding is dat ze op hun eigen benen het leven ingaan en dat wij hen aan hun Schepper toevertrouwen kunnen.”

En uw werk?

“Tot afgelopen januari was ik ziekenhuispredikant in Woerden. Sinds anderhalf jaar werk ik als hart- en zielzorger in het Daan Theeuwes Centrum, waar jongeren met ernstig hersenletsel aan hun herstel werken. Daarnaast heb ik samen met mijn man diverse boeken geschreven en ik verzorg lezingen o.a. over het onderwerp Als kinderen andere wegen gaan.”

In het boek schreef u: “Hier wil ik zeggen dat elke poging om kinderen jouw kant uit te krijgen nutteloos is.” Dat is nogal een pittige uitspraak.

“Ik heb dit gezegd in het kader van dat trekken aan tieners en volwassen kinderen vaak averechts werkt. De belangrijkste taak van ouders is een venster op God zijn. Dat houdt in dat we onze kinderen onvoorwaardelijk liefhebben. Dat we betrouwbaar zijn en geborgenheid bieden. Dat zijn waarden die je niet overbrengt door regels op te leggen, wel door ze voor te leven. En natuurlijk schiet je soms uit je slof. Dan moet je de attitude hebben om vergeving te vragen. Als je wilt dat je kinderen leren dat vergeving nodig is, dan moet je dat voordoen.”

Moeten ouders hun kinderen dan helemaal niet dwingen om naar de kerk of catechisatie te gaan?

“Ik ben geneigd om te zeggen dat je als ouders de taak hebt om de kinderen tot 16 jaar mee te nemen naar de kerk. Of dwang zin heeft hangt sterk af van het kind en gezin. Je kunt daar geen vaste leeftijd voor geven. Onze zoon was 14 en hij vertikte het om naar catechisatie te gaan. Ik zei toen: ‘Ik wil toch dat je het een kans geeft.’ Waarop mijn zoon antwoorde ‘dus jij dwingt mij’. ‘Ja ik wil dat je het zes keer probeert.’ Het heeft enige moed gevraagd dit zo aan te pakken, maar uiteindelijk heeft hij daar op die groep vrienden leren kennen waar hij nog steeds mee optrekt.

Het is ontzettend belangrijk om het gesprek `op ooghoogte’ te voeren met onze kinderen. Het werkt vaak goed wanneer we onder woorden brengen waarom geloven voor jou belangrijk is.  Vertel waar jij iets hebt gezien van God en waar jij op hoopt. 

Maar als ouder ben je geen eigenaar van de agenda van het gesprek, voorkom dat je antwoorden gaat geven op vragen die ze niet hebben. Tieners moeten kritische vragen aan jouw geloof stellen, omdat ze munitie nodig hebben voor de vragen van hun niet-kerkelijke klasgenoten.”

Wat wilt u ouders meegeven van wie de kinderen de kerk (en God) de rug hebben toegekeerd? 

“Ik zou twee handvaten willen doorgeven. Als eerste: heb hen lief met de liefde van Jezus. Als ouder denk je dat je heel veel van je kinderen houdt, maar er zit snel ruis op de lijn. Als je kinderen niet doen wat je verwacht dan ben je teleurgesteld. En kinderen vinden dat ontzettend moeilijk. Het is hard werken om onvoorwaardelijk van ze te blijven houden.

Het tweede handvat: Blijf bij je eigen identiteit. Als je kind vraagt: ‘Kunnen we zondagmorgen koffie komen drinken’ dan kun je geneigd zijn om ze te laten komen en een keer niet naar de kerk te gaan. Je kunt ook zeggen: ‘We vinden het fijn om naar de kerk te gaan, je weet waar de sleutel ligt, na de dienst komen we direct naar huis.’

Tot slot, zeg niet: ‘mijn kind gelooft niet meer’. Daar gaan wij niet over, dat is iets tussen God en onze kinderen. Wanneer wij onze kinderen in bewaring brengen bij God, geeft dat ruimte voor hen om tot zichzelf te komen. Wanneer wij op eerbiedige afstand staan gebeurt dan soms toch het heilige.”


Kasper van Helden